Gebruikerslogin

Vrije grond voor een vruchtbare toekomst

Door Koen Dhoore, uit de Papaver nieuwsbrief nr. 13 (2009)

Grond vrijkopen, neutraliseren van privé-bezit … Het klinkt bevreemdend in deze tijd, misschien zelfs een beetje wereldvreemd. En dan is het goed ons ervan bewust te worden dat het streven naar vrijgekochte biologische boerderijen zowel een toekomstgericht ideaal is, als een gedachte die aansluit bij de traditie.

Het lijkt allemaal zo logisch dat grond eigendom is van een individuele persoon, en dat die eigenaar liefst gewetensvol, maar alleszins ook helemaal naar eigen goeddunken met dat eigendomsrecht omgaat. En het lijkt op het eerste gezicht ook heel aantrekkelijk om in die volle vrijheid van het eigendomsrecht eigenaar te zijn van grond. Tot we tegen de grenzen van het eigenaarsrecht aanbotsen.

Het is ontnuchterend vast te stellen dat boerderijen vandaag precies daardoor onoverneembaar worden. Omdat gronden en gebouwen van boerderijen op de vrije vastgoedmarkt ondertussen teveel waard zijn, om de aankoop ervan met voedselproductie terug te verdienen. Boerderijen die sinds mensenheugnis als boerderij op ons netvlies gebrand staan, zijn plotseling geen boerderijen meer, maar “ver-paarde”, “ver-schaapte” of “ver-restaurante” fermettes.

Het is ontnuchterend vast te stellen dat niet de beste boer, maar de kapitaalkrachtigste in het bedrijf instapt, of de gronden van een stopgezet bedrijf naar zijn eigen bedrijf toetrekt.

En het is héél ontnuchterend te bedenken dat boerderijen zoals De Kollebloem, waar decennialang, in nauwe verbondenheid met de klanten en met veel liefde gewerkt werd aan bodemvruchtbaarheid en bodemleven, binnen afzienbare tijd misschien wel een jaarlijkse dosis chemie (kunstmest en bestrijdingsmiddelen) krijgen met het oog op de productie van grondstoffen voor de voedingsindustrie.

Want zo “vrij” is de eigenaar : op geen enkele manier kan hij in verkoop of nalatenschap voorwaarden afdwingen over het verdere gebruik van de grond met respect voor de èchte waarden die in het bedrijf werden opgebouwd.

Vrijkopen van grond biedt hierin perspectief : nog één keer aankopen en daarna nooit meer.

Wie wordt dan eigenaar ?

Vrijkopen kan, maar iemand moet wel eigenaar zijn. Komen we dan terug in dezelfde situatie ? Wordt de vrijgekochte grond dan toch weer “eigendom” ? Is dit een vicieuze cirkel ?

Een oplossing is mogelijk, door de grond bij een allerlaatste aankoop “eigendom” te maken van een rechtspersoon, een structuur die gedragen wordt door sterfelijke mensen, maar zelf onsterfelijk is. En waar dus geen sprake meer is van erfenis, nalatenschap en erfgenamen. Waar het bestuur regelmatig wordt aangevuld, vernieuwd, verjongd, en het gebruik van de grond door de boeren gewoon ongehinderd doorloopt. Een rechtspersoon die ervoor zorgt dat boerderijen worden overgenomen en verdergezet, zonder dat hiervoor telkens weer een aankoop van de grond nodig is. Een rechtspersoon die ervoor zorgt dat gronden niet zomaar door derden kunnen worden weggekocht.

Een dergelijke rechtspersoon is door de wetgever voorzien : de stichting. Al moet daar direct worden bijverteld dat een nog op te richten stichting heel eigen statuten zal moeten aannemen, want het is niet gebruikelijk gronden onder te brengen in een stichting om ze “de vrijheid te geven”. 

Aansluiten bij de traditie

Is vrijkopen van grond een wereldvreemde gedachte ? Dat lijkt alleen maar zo.

Het is de gedachte dat een mens eigenaar kan zijn van een stukje van de aardkorst, en daar helemaal naar eigen goeddunken mee kan omgaan, die wereldvreemd is. Die rare gedachte zit zo in ons denken verankerd, dat we geneigd zijn ons bij het onvermijdelijke ervan neer te leggen. En ondertussen vergeten we dat die gedachte pas bij de Franse Revolutie (1789), en wat ons land betreft bij de Franse bezetting in 1794, haar intrede deed. Tot die tijd zijn de gronden in ons land meer dan 1000 jaar lang in bezit geweest van wat we vandaag “stichtingen” zouden noemen (abdijen, kloosters, parochies, patrimoniumstichtingen, …)

De periode die in gedachten overbrugd moet worden om een toekomstgerichte visie op grondbeheer te verbinden met een “voedende” traditie bedraagt amper twee eeuwen.

Vrijgekochte grond kan op een aantal vlakken aansluiten bij duizend jaar traditie. We denken dan vooral aan de mentaliteit van de vroegere grondbeheerders om zich geen eigenaar of bezitter te voelen, maar zaakgelastigde, iemand die vooral kon meedenken vanuit de vragen en noden van de bedrijven. Bestuurders van een stichting kunnen vanuit die mentaliteit de grond op een verantwoorde manier beheren.

Verder sluit vrijgekochte grond ook aan bij de traditie van grote zekerheid dat boeren hun hele loopbaan lang over de grond kunnen beschikken, binnen de grenzen van een verantwoordelijk beheer, waaronder de zorg voor de bodemvruchtbaarheid.

Tenslotte kan vrije grond ook aansluiten bij de traditie van het win-winbeheer, waarvan de tiendenpacht een mooi voorbeeld is. In jaren met een goede oogst was een tiende van de opbrengst als pachtsom voor de pachters nauwelijks voelbaar, in jaren waarin het minder goed ging, bleef toch altijd nog negen tienden van de oogst in handen van de pachter.

Op de een of andere manier moet dit een actuele vertaling krijgen, maar er kan een weg gevonden worden waardoor de stichting sterker wordt als het goed gaat op de boerderijen, en daardoor de boerderijen op haar beurt kan versterken.

Een toekomstgerichte visie

Vrijkopen van grond sluit aan bij wat nog van deze tijd kan zijn in een eeuwenoude traditie, maar is tegelijk een heel toekomstgerichte gedachte. Hoe geven we de biologische landbouw van morgen een eigen vorm ?

In tegenstelling tot de feodale traditie van het grondbeheer, brengt het vrijkopen van grond natuurlijk in de eerste plaats vrijheid : de vrijheid van de boeren om los van financiële beslommeringen te werken aan bedrijfsopbouw en bedrijfsopvolging, de vrije keuze van de consument voor kwaliteitsvoeding, de vrijheid van boeren en consumenten om het bedrijf biologisch te houden.

Vrijkopen van grond gaat ook over verantwoordelijkheid, die we samen – gedeeld – opnemen. Is de kous af als de boeren hun pacht betalen, en doen ze verder hun zin ? Als we maandelijks onze bijdrage voor het paket betalen, of afrekenen na ons wekelijks winkelbezoek, zijn we dan klaar, en zijn alle verdere vraagstukken alleen maar het probleem van de boeren ?

Vrijkopen van grond leidt tenslotte ook tot verbondenheid. Verbondenheid van grond en bedrijf, verbondenheid van mensen met de grond die hen voedt, verbondenheid van alle betrokkenen met de ontwikkeling van wat we “het bedrijfsorganisme” zouden kunnen noemen. Het bedrijfsorganisme dat bestaat uit de bodem, de planten en al wat op en van die bodem leeft. Het bedrijfsorganisme waar we met z’n allen deel van uitmaken, en dat een eigen identiteit heeft.

Vrijkopen van grond leidt naar de grote stap die deze tijd van ons vraagt: met onze allereerste nood – het voedsel dat we geen dag kunnen missen – oefenen in zorg en aandacht voor elkaars noden.